Kenmerken
- Hoogte: tot ca. 30 meter, maar vaak kleiner in bebouwde omgeving.
- Schors: jong glad en grijswit, later zwart en ruw aan de voet, met een ruitvormig patroon.
- Twijgen en knoppen: bedekt met wit, wollig haardons dat de boom zijn kenmerkende zilveren glans geeft.
Bladeren
De bladeren van de witte abeel zijn bijzonder door hun twee kleuren:
- Bovenzijde: glanzend donkergroen.
- Onderzijde: dicht bedekt met witviltig dons, wat de boom in de wind een zilverachtig uiterlijk geeft.
De bladeren aan de langloten zijn 3–5-delig gelobd met een grof getande rand. Aan de kortloten zijn ze eirond en kleiner (4–7 cm lang).
Bloei en voortplanting
- Bloeitijd: april, vóór het verschijnen van de bladeren.
- Mannelijke katjes: 4–8 cm lang, karmozijnrood en grijs behaard.
- Vrouwelijke katjes: bleekgroen tot geelgroen.
- In juni verspreiden de katjes het witte, katoenachtige zaad, dat door de wind wordt meegenomen.
Groeiplaats en verspreiding
De witte abeel is een lichtminnende boom die goed gedijt op:
- Vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond.
- Kalkhoudende bodems.
- Zouttolerante omstandigheden – daarom vaak aangeplant in kustgebieden.
Hoewel hij waarschijnlijk niet van nature voorkomt in de Benelux, heeft hij zich hier succesvol gevestigd dankzij zijn aanpassingsvermogen en weersbestendigheid.
Samenvatting
| Kenmerk | Beschrijving |
| Wetenschappelijke naam | Populus alba |
| Familie | Wilgenfamilie (Salicaceae) |
| Hoogte | Tot 30 m |
| Bladeren | Donkergroen boven, witviltig onder |
| Bloeitijd | April |
| Verspreiding | Zuid-, West- en Midden-Europa, West-Siberië, Zuidwest-Azië, Noord-Afrika |
| Bijzonderheid | Zouttolerant, zilverachtige bladkleur |
De witte abeel is een symbool van veerkracht en schoonheid in het Nederlandse landschap – een boom die zowel ecologische als esthetische waarde biedt, en met zijn zilvergroene bladerdek licht brengt in parken, lanen en kustgebieden.